De Hunnebergen
OPENLUCHTTHEATER
HomeFoto GalerieProgramma Hystorie
Producties voor Volwassenen
Familie & Kindervoorstellingen
Programma overzicht & voorverkoop
19 Augustus 2012 Spelemansdag
Contact
Links
Historie theater
Foto galerie
Aanmelden nieuwsbrief
Boomfeestdag 2011
Fotoos-producties-2010
Wordt Vrijwilliger
Historie theater
Historie De Hunnebergen.
 
Te midden van een omvangrijk bosgebied, dat aansluiting vindt op een ruim 1000 Ha. groot bos- en heidegebied van de Brabantse en Belgische Kempen ligt in Luyksgestel op een steenworp van de grens met België, het op één na oudste openluchttheater van de provincie Noord-Brabant: "De Hunnebergen".
 
De naam 'Hunnebergen' is een verbastering van het Drentse (en Deense) woord hunebedden' een benaming voor uit reusachtige stenen opgestapelde prehistorische begraafplaatsen'
Het is geen louter toeval, dat men in de volksmond als men over dit gebied sprak de naam "hunnebergen" gebruikte.
Meester Panken (1819-1904) was hier in deze streek een verwoed archeoloog en inspireerde door zijn talloze opgravingen ook de plaatselijke amateur-graver Peerke Scheerens (1851-1947) - In dit gebied werden door hem verschillende grafheuvels blootgelegd, waardoor de bevolking, vanwege hun treffende gelijkenis al snel sprak over hunnebedden of hunnebergen.Toegang openluchttheaterin vroeger tijd
 
Familie Hendrikx.
 
Het bosperceel waarin het openluchttheater is gelegen was destijds eigendom van de familie Hendrikx.
Deze familie bestond voor een deel uit toneelenthousiasten en meerdere familieleden waren drijvende krachten in de plaatselijke toneelvereniging "De Grenswachters.
Zeventig jaar geleden leidde dit enthousiasme tot plannen om dit daarvoor geschikte bosperceel jaarlijks voor de toneelvereniging in te studeren openluchtspelen te bestemmen.
Ter uitvoering van die plannen werd door de familie Hendrikx in samenwerking met toneelvereniging De Grenswachters, in eigen beheer een openluchttheater aangelegd.
 
Het ouder worden van de eigenaar Piet Hendrikx (1899-1995) en de daarmede stijgende vrees, dat het bosperceel in de toekomst in handen zou komen van iemand, die niets voor toneel voelde, alsmede de jaarlijkse onderhoudskosten en kosten van de noodzakelijke verbeteringen leidden er in 1961 toe, dat tussen de gemeente en de eigenaar onderhandelingen werden gevoerd, die resulteerden in de aankoop van het bosperceel met het theater door de gemeente. Het theater werd in 1961 in langdurige erfpacht uitgegeven aan de thans nog steeds exploiterende stichting "De Hunnebergen".
 
Entree bord Piet HendrixpadPiet Hendrikxpad
 
Bij gelegenheid van het 75-jarig bestaan van toneelvereniging De Grenswachters op 26 oktober 1985 werd door de gemeenteraad van Luyksgestel het belangrijke besluit genomen,de weg, die vanaf het Boscheind naar de Postelscheheideweg loopt, de ingang van openluchttheater De Hunnebergen, voortaan te noemen naar de pionier, oprichter en de toen nog levende toneelspeler van het eerste uur, de heer P.H. Hendrikx.
 
Historie Luyksgestel
 
Luyksgestel is een dorp in de Nederlandse gemeente Bergeijk, provincie Noord-Brabant. Op 1 januari 2007 had deze kern 2.987 inwoners.Oprichter Piet Hendrikx tussen zijn spelers 1948 -foto Ine Verweij
Luyksgestel dankt zijn naam aan het feit dat het eertijds een enclave binnen de Meierij van ’s-Hertogenbosch was die deel uitmaakte van het prinsbisdom Luik. Het heeft dus niet tot de Republiek der Verenigde Nederlanden behoord, maar het was onderdeel van de Spaanse Nederlanden.
In oorsprong is het dorp ontstaan als een dorp van landbouwers. Vanaf de 17e eeuw kende Luyksgestel ook reizende handelaars: de teuten. In de tweede helft van de 20e eeuw pendelden vele inwoners naar bedrijven in de wijde omgeving, terwijl ook het toerisme opkwam als bron van inkomsten.
Toch valt in een eerste kennismaking met Luyksgestel de kleine bewoonde dorpskern op met lintbebouwing aan de uitvalswegen. Het betreft de buurtschappen Boseind, Rijt, en Sengelsbroek. Daaromheen vindt men de landbouwgronden. In het zuiden en zuidwesten zijn uitgestrekte bossen. In het Venakkerbos ten zuiden van Luyksgestel bevindt zich het hoogste punt van Noord-Brabant in het Venakkerbos. Dit is 44 meter hoog en ligt 100 meter ten noorden van grenspaal 191.

Wapen van Luyksgestel

"In zilver 3 boomen van sinopel op een geestgrond van natuurlijke kleur. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 parelpunten."


Het dorp Gestel had al in 1487 een eigen gericht en een schepenbank is bekend sinds 1495. In het midden van de 16e eeuw werd de naam Luiks-Gestel aangezien het gelegen was in het Luikse graafschap Loon. Wapen van Luyksgestel

Het oudste zegel van Luyksgestel is bekend uit het begin van de 18e eeuw (maar dateert waarschijnlijk uit de 17e eeuw) en vertoont het wapen van Loon, een schild gedwarsbalkt van zeven stukken.

Aangezien de gemeente in 1813 bij de provincie Antwerpen was gevoegd, kon het oude zegel niet meer gebruikt worden, het graafschap Loon bestond niet meer. De gemeenteraad stelde in vergadering van 12 juni 1816 voor een wapen aan te vragen met een haag, het teken van waakzaamheid, met voor zich een gedeeld schild, waarbij in het bovenste deel twee kleine vliegen, en het tweede deel 'van hoog naar laag gevuld' (het is niet bekend wat ze daarmee bedoelden). Dit wapen is naar de Hoge Raad van Adel gestuurd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. In 1818 kwan de gemeente bij Noord-Brabant.


Met het voorstel van het wapen is blijkbaar nooit iets gedaan. In 1818 of kort daarop heeft de gemeente een zegel laten maken met daarop een ruiter met hoed en wapperende mantel op een springend paard. Dit was waarschijnlijk een voorstelling gebaseerd op de normale weergave van Sint Maarten als ridder, die zijn mantel doorsnijdt voor een bedelaar. Dit zegel was gebaseerd op een ouder zegel uit het einde van de 18e eeuw. Later werd een nieuw stempel, met een betere afbeelding van Sint Maarten gebruikt, wat in 1920 nog in gebruik was. Ook op het briefpapier gebruikte de gemeente de voorstelling van Sint Maarten.

In 1919 verzocht de gemeente een wapen met Sint Maarten, de parochieheilige van de gemeente, maar ook de beschermheilige van de burgemeester in die tijd. De Hoge Raad van Adel wilde geen nieuwe wapens met heiligen toestaan en kwam met een nieuw voorstel gebaseerd op de naam, Gestel als bos op zandgrond. Dit werd gesymboliseerd door de drie bomen. De gemeente is daarmee uiteindelijk akkoord gegaan en in 1920 werd het wapen verleend.

 
De Teuten.
 
Theater in de begin jaren foto Ine verweijEen teut was een rondreizende handelaar of ambachtsman die vanuit zijn thuisbasis in de Kempen met zijn koopwaar op de rug naar Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg of zelfs Denemarken trok. De teuten vertrokken in de lente naar andere streken om daar rond te venten of er een winkel open te houden. In de winter keerden ze terug om hun tijd thuis door te brengen. Teuten onderscheidden zich van gewone marskramers door een strakke organisatiegraad in compagnieën met kenmerken van een gilde.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de begrip teut waarschijnlijk geen officiële betekenis had, omdat het woord zelden in akten voorkomt. De archieven van de handelscompagnieën uit Luyksgestel zijn een belangrijke bron van informatie. Ook in Lommel, waar veel teuten woonden, is uitgebreid onderzoek naar deze handelaars gedaan.
 
De teuten organiseerden zich in kleine gezelschappen. De teutengemeenschappen kenden een complexe organisatie. In de meeste gevallen werkten ze in vennootschappen om handelsrisico's te beperken. De toelatingsvoorwaarden waren meestal scherp omschreven en schriftelijk vastgelegd. Van belang was dat deelnemers van goed gedrag waren.
De koperteuten uit Luyksgestel trokken van de 17e tot de 19e eeuw naar Denemarken. De laatste stad ligt sinds 1920 in Duitsland. In 1627 werd voor het eerst een teut uit Luyksgestel in Denemarken gemeld, een land waarmee al eeuwenlang intensieve contacten bestonden kochten teuten hun voorraden.
Teuten waren katholiek, het vervullen van hun godsdienstige plichten was daarom in Denemarken niet eenvoudig, aangezien het lutheranisme er de staatsgodsdienst was. Pas in 1767 werd daar de eerste katholieke kerk gesticht en wel te Fredericia, wat een toevluchtsoord was voor veel katholieke en ook calvinistische buitenlanders, waaronder hugenoten, hier kwamen ook veel teuten. In 1764 werd te Horsens een opslagplaats ingericht die tot 1896 het centrale verzamelpunt voor de Teuten bleef. In Haraldskær namen ze een met de ondergang bedreigde koperwerkfabriek over, die nu uitsluitend voor de Teuten ging werken. Een opslagplaats te Faaborg stamde uit 1789 en bleef bestaan tot 1816, maar ook daarna kwamen hier nog teuten.
Volgens de Kempische dialectologen en typonomisten kan het woord 'Teuten' wellicht afgeleid worden van 2 werkwoorden: tijgen: gotisch: 'tuchan' wat 'trekken' betekent; 'Teut' wil in dit geval 'hij die trekt' zeggen. Een tweede verklaring is mogelijk een afleiding van het woord 'tuiten' of 'toeten', wat in dit geval op een hoorn blazen betekent. De teuten gebruikten geen hoorn maar een soort schalmei om hun komst aan te kondigen. Een aanwijzing hiervan zou kunnen zijn dat de Buullanders (inwoners van Budel) de Hamontenaren de bijnaam 'Linnentoeters' gaven.
Bronnen: Wikepedia – Archieven Bergeijk

Wapen van Brabant.  Wapen van Brabant